Uitzendwerk en salaris

Het salaris van de uitzendkracht

Het uitzendkantoor is de werkgever en betaalt bijgevolg het salaris van de uitzendkracht. Dat salaris is minstens gelijk aan dat van een vaste werknemer met dezelfde leeftijd, functie en anciënniteit bij de gebruiker. De uitzendkracht vult wekelijks het aantal gepresteerde (of gelijkgestelde) uren in op de prestatiestaat en laat deze ter goedkeuring ondertekenen door de gebruiker.

De prestatiestaat moet vervolgens doorgestuurd worden naar de loondienst van het uitzendkantoor (per fax, e-mail of brief). Op basis hiervan wordt het loon berekend en uitbetaald (per overschrijving). De uitzendkracht krijgt een loonfiche toegestuurd met daarop het loon (bruto en netto), eventuele premies en vergoedingen, het vertrekvakantiegeld (enkel voor bedienden), de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing. Uitzendkrachten kunnen kiezen voor een minimale bedrijfsvoorheffing van 11,11% of volgens de fiscale barema’s. Indien het vaste personeel van de gebruiker recht heeft op maaltijdcheques, krijgt ook de uitzendkracht dit extralegale voordeel onder dezelfde voorwaarden als de vaste werknemers.

Eindejaarspremie

Je moet minstens 65 dagen gewerkt hebben als uitzendkracht tussen 1 april en 31 maart van het volgende jaar om recht te hebben op een eindejaarspremie. Je mag via verschillende uitzendkantoren gewerkt hebben. De premie bedraagt 8,22% van het verdiende brutoloon in die periode en wordt betaald door het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten. Het Sociaal Fonds stuurt elk jaar in december de nodige documenten naar alle uitzendkrachten die in aanmerking komen.

Pensioen

Een uitzendkracht heeft hetzelfde sociaal statuut als werknemers die vast in dienst zijn en een uitzendkracht geniet van dezelfde sociale voordelen. Dit geldt ook voor het pensioen. Alle prestaties als uitzendkracht worden meegeteld voor de berekening van het pensioen. Het uitzendkantoor betaalt daarvoor de nodige patronale bijdragen.